Fun Facts. ~ column

Verschenen in H ART Magazine #176, december 2017


Leestijd: 2 minuten en 10 seconden.

Woorden functioneren in kunstteksten al te vaak als ondoordringbare rookmachines. Het kan natuurlijk ook anders: er zijn prachtige teksten te vinden waarin het werk van een kunstenaar of een tentoonstelling in een heldere context wordt geplaatst, zonder dat er een overdaad aan jargon aan te pas komt.

Naast de specialistische teksten die curatoren, kunsthistorici en andere professionals voor monografieën of vakbladen produceren, moeten ook communicatiemedewerkers en cultuurredacties hun sociale media, blogs en agenda’s volschrijven. En daar liggen de uitdagingen voor een ‘goede’ kunsttekst toch op een heel ander vlak.

Hoe schrijf je voor een breed publiek over beeldende kunst? Dat is een probleem waarmee de copywriter op allerlei manieren mee probeert om te gaan. En dat slaat wel eens door naar onversneden hysterie.

Op een vlot blog las ik over een installatie in een grote hoofdstedelijke galerie: “Fun fact: de gedekte tafel is zo echt als maar zijn kan: het diner vond plaats tijdens de opening”. Elke bespreking op deze website eindigt met een niveau-aanduiding (een expert level) van beginners, gevorderden of crazy pro. Zelfs de tijd die je nodig zou hebben om de tentoonstelling te bekijken staat aangegeven: “Hoe lang doe je erover? 15 – 30 minuten”.

De bloggers in kwestie houden van ‘galerie-hoppen’ en vinden een prijsuitreiking aan een jonge kunstenaar ‘tijd om het (werk) te checken!’ Elders is te lezen: “Het werk van (de kunstenaar) is net als met een kat: je moet even je best doen, maar dan ben je friends for life.” Ik schrijf die frases met de afschuwelijke sensatie van krassende vingernagels over een schoolbord.

Het raakt mijn taalgevoelige snaar, maar het is méér: door kunst op deze manier te bespreken wordt de hele achtergrond en beleving van een oeuvre, werk of tentoonstelling verkocht alsof het niet meer dan een lifestyle is. Ondanks de ongetwijfeld beste bedoelingen van de auteurs, verdient een goede tentoonstelling toch echt meer diepgang dan een tekst uit de reclamefolder van een woonwinkel.

Natuurlijk draagt het enthousiast gebruik van kunst-vakjargon niet bij tot de afbraak van de veronderstelde ivoren torens, waar het ‘brede publiek’ blijkbaar tegenop ziet. Maar zouden zinnen als ‘Deze expositie zit vol lekkers van eigen bodem, in elkaar geknutseld door de meest sexy kunstenaars van dit moment!’ nu echt tentoonstellingen laten vollopen?

Het kan natuurlijk nog actueler en hipper door gewoon over te schakelen naar de emoji. Hoe ziet een kunstbespreking er dan uit? Bijvoorbeeld zo:

(Wij zagen een tentoonstelling van Louise Bourgois in Brussel, kochten de catalogus, vonden dit alles awesome en zouden iedereen willen aanraden om te gaan.)